Peter de Zwaan - Een zaak van vrouwen
Thriller
Fragment:
[…]
Haar gezicht zag er verkruimeld uit.
Losse stukken op een wit kussen met een neuspunt die maar net uitkwam boven bulten die aan de basis paars en aan de bovenkant donkerrood waren.
Aan de rechterkant zaten rijen hechtingen die zwarte walletjes vormden, waardoor wang en kin eruitzagen als een akker waar een beginneling in had rondgeploegd.
De delen die niet geraakt waren vormden grijze vlakken.
Haar haren waren aan één kant boven de slaap weggeschoren om een centimeters lange wond te kunnen behandelen.
Onder haar ogen zaten de zwarte strepen van een gebroken neus.
In de ogen zat geen leven; doffe, grote pupillen die niet bewogen, ook niet toen ik mijn hand boven haar gezicht liet hangen en langzaam bewoog.
‘Hersenschudding,’ zei de verpleegster die schuin achter me stond.
Ze was lang, mager en sterk.
Elke keer als ik me vooroverboog klauwde ze in mijn bovenarm en trok ze me achteruit.
‘Ze heeft ook een shock.
We weten niet hoe lang het zal duren.
Ze moet rusten.’
Ze aarzelde.
‘U weet zeker dat u familie bent?’
Dat was ik niet.
Ik was geen familie, geen vriend, nauwelijks een bekende.
‘ Ja,’ zei ik.
‘Jeff Meeks.
Ik ben een neef van Gail.’
Ze trok me verder achteruit en keek naar me met samengeknepen lippen.
Eerst knikte ze, daarna bekeek ze me van top tot teen, twee keer.
‘Gail.’
‘Rogers,’ zei ik.
‘Ik dacht dat u Meeks zei.’
‘Mijn moeder was een Rogers.
Ze trouwde met een Meeks.’
Ze dacht na.
‘Achterneef dus.’
Ik heb nooit kunnen onthouden hoe het zit met dat neven- en nichtengedoe.
‘We zeiden neef en nicht.
Mijn ouders verhuisden naar het zuiden.
Die van haar bleven in de buurt van de Great Smokey Mountains.’
Ze bekeek me opnieuw.
‘Zij, Gail, ligt hier al drie dagen,’ zei ze terwijl ze naar het bed wees.
‘Ze heeft gisteren in de kranten gestaan.
Niet één reactie.
Niet een echte, in elk geval.
Het enige wat we van haar wisten was haar voornaam.
In één hand had ze een kettinkje met een hart waar Gail in stond.’
‘In de krant werd ze Jane Doe genoemd, niet Gail Doe.’
‘Dat is, hoe noemen ze dat bij de politie, daderkennis of zoiets.
We hebben gisteren drie mannen gehad die haar wilden zien.’
Ze trok haar bovenlip op.
‘Kijken en nog eens kijken.
Eentje stond erbij met een hand in zijn broekzak, nou dan weet je het wel.
Geen van drieën noemde haar Gail.’
‘Gail Rogers uit Tennessee.
Daar woonde ze meer dan een jaar geleden.
In Knoxville.
Ze was privédetective.
Gail Rogers P.I., zo stond het op haar kaartje.
Wat is er met haar gebeurd, Judy?’
De verpleegster knipperde met haar ogen toen ik haar naam noemde.
‘Hoe weet...’
Ze keek naar haar borst.
‘O, dat. Ik ben een beetje van slag.
Zoals ze binnen werd gebracht.
We dachten... ik dacht dat ze het niet zou halen.
Zo erg zie je het niet vaak...
[…]