Lord Lister - Het geheime wapen

Genaamd: Raffles, de Grote Onbekende

Detective

 

Een van de zeer vele klassieke pulpdetective-/misdaadverhalen uit het begin van de 20e eeuw.
Lord Lister staat ook bekend als 'de gentleman-inbreker'.

Hij is duidelijk geïnspireerd op  'Raffles, de amateur-inbreker' van E.W. Hornung.

De verhalen verschenen vooral als goedkope weekboekjes (in Nederland en Duitsland enorm populair).

Ze zaten vol vermommingen, geheime gangen, kluizen, achtervolgingen en slimme trucs.

Lister steelt van rijke schurken, helpt soms de zwakken, en is altijd slimmer dan de politie.

In Nederland werden ze vaak gelezen als ontspanningslectuur - een beetje het Netflix van 1910 😊
Literair werden ze niet hoog aangeslagen, maar qua cultuurhistorie zijn ze super interessant.

Fragment

[…]
Darrell wachtte totdat de beide andere kapiteins ook weg waren gegaan, langs dezelfde weg, die zij waren gekomen.
Toen draaide hij het licht uit, ging op zijn beurt achter het wandtapijt, zocht even naar een knop, verborgen in de met krullen versierde lambrisering, drukte er op en verdween door de smalle opening, waarvoor een laag schot bijna geruisloos was weggeschoven.

Hij trok het schot weer achter zich dicht, knipte zijn zaklantaarn aan en liep vele meters door een smalle gang, waar twee mensen elkaar met de grootste moeite zouden hebben kunnen passeren; feitelijk was het niets anders dan de uitgespaarde ruimte tussen twee zogenaamde spouwmuren.
Het zou hier zeker volkomen donker zijn geweest, zonder het licht van de zaklantaarn, want nergens was deze muur door een raam doorbroken.

Aan het einde waren twee deuren te zien vlak tegenover elkaar, of beter gezegd luiken, zonder kruk en die ook alleen maar in beweging konden worden gebracht door op een goed verborgen uitsteeksel te drukken.

De ene deur liep naar een kleine binnenplaats, waar nooit iemand een voet zette en waar alleen afval lag en het was door deze deur, dat de Moloch placht binnen te komen, als hier de Raad van Zes bijeenkwam, de tweede deur echter ging rechtstreeks naar de particuliere woning van Darrell.

Toen hij het schot opzij had laten glijden en het weer had dichtgetrokken, zodat het opnieuw onwrikbaar vast zat, stond hij aan de voet van een smalle, houten trap.
Hij begon haar te beklimmen tot hij bovenaan was gekomen; vierenvijftig treden.
Nu was hij op de bovenste verdieping van het reusachtige pakhuis en hij liep snel, nadat hij zijn lantaarn gedoofd had, over de grote zolders, waar hij evengoed de weg kende als in zijn eigen huis.
Eindelijk opende hij een tweede deur, zelfs voor een scherp oog niet te onderscheiden van de houten wand waarin zij zich bevond en nu stond hij in zijn eigen huis, dat onmiddellijk aan de pakhuisruimte grensde.

Alles was hier volkomen donker en Darrell wist, dat de bedienden al naar bed zouden zijn gegaan.
Hij daalde behoedzaam de trappen af, liep naar zijn slaapkamer en begon zich direkt uit te kleden.
Tien minuten later sliep hij.
[…]