De serie 'Vlaamsche Filmkens' zijn jeugdboekjes die deel uitmaakten van de oorspronkelijke, vooroorlogse reeks Vlaamsche Filmkens.

Deze werd oorspronkelijk gepubliceerd in de jaren 1930–1942 door de katholieke uitgeverij Averbode (de Goede Pers).


Janssen – De legende van Sint Joris

Vlaamsche Filmkens-serie

Jeugd

 

'De Legende van St. Joris' uit de reeks 'Vlaamsche Filmkens' brengt het beroemde verhaal van de dappere ridder Sint-Joris tot leven.

Wanneer een woeste draak een land terroriseert en de inwoners in angst leven, trekt Joris ten strijde om het monster te verslaan en een jonge prinses te redden.

Dit sfeervolle jeugdboek staat vol avontuur, heldhaftigheid en de klassieke strijd tussen licht en duisternis. (Uit de jaren 1930-1942)

 

Fragment

[…]
Op goed valle ‘t uit volgden zij een kronkelend weg elken, dat hen naar een rots hol voerde in het dichtste van het woud.
‘t Was er heimelijk stil.
De boomen, de struikjes bewogen hun blaadjes bijna niet, alsof zij bang waren de stilte te storen.

De ridder met het Roode Kruissteeg af en wilde gaan zien wat er in dat geheimzinnigehol mocht verscholen zitten.
De prinses was bang en smeekte hem er niet binnen te gaan, en de dwerg riep met schorre stem : «Vlucht ! vlucht ! ‘t Is hier geenplaats voor christen menschen ! »

Maar de ridder liet zich niet weerhouden.
Stoutmoedig stapte hij in de spelonk en vond daar een griezelig monster, half slang, en half mensch.  
Verblind door de schittering van de wapenrusting vanden ridder, trok het wangedrocht zich diep in de holte terug.

De dappere man wilde vechten; als hij eer en roem wilde behalen, moest hij nu beginnen.
Hij sprong op het monster toe; maar razend van woede keerde dit zich om, en eer de ridder goed wist hoe het gebeurd was, zat hij gansch verstrikt in de gladde kronkelingen van het slangenlijf.

Nu was hij in grooten nood.
Maar met een uiterste poging kon hij toch zijn rechterhandvrij krijgen, en hoewel half verstikt door den vuilen reuk dien het ondier uitademde, deed hij zijn vuist zoo zwaar als lood neerkomen op den kop van het wangedrocht, dat machteloos neerviel...
[...]